Vier jaar geleden werd Ron Coenen de jongste voorzitter in de geschiedenis van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV). Ambitieus, gedreven en vastbesloten om verschil te maken. Inmiddels zit zijn eerste termijn erop en is hij herbenoemd voor nog eens vier jaar. Een mooi moment om terug te blikken, maar ook vooruit te kijken.
Tekst: Yara Purnot
Veel mensen kennen de LWV, maar wat doet een voorzitter eigenlijk?
“Als voorzitter doe je meer dan alleen vergaderen”, zegt Ron lachend. “Eigenlijk draait het om drie dingen: verbinden, vertegenwoordigen en versterken. En voor mij betekent voorzitterschap vooral dat je richting moet durven geven. Je luistert naar ondernemers, brengt mensen bij elkaar en zorgt dat hun stem op de juiste tafels terechtkomt. Maar alleen aan tafel zitten is niet genoeg. Uiteindelijk wil je dat er iets beweegt dat we iets écht gaan ‘doen’. Anders hebben we vooral heel goed vergaderd.”
Vier jaar geleden begon je als de jongste voorzitter in de geschiedenis van de LWV. Hoe kijk je terug op die eerste termijn?
“Met veel trots. Tegelijkertijd was ik in het begin ook wel wat naïef. Ik ben van nature ongeduldig en dacht: we regelen dat wel even. Maar je ontdekt al snel dat je eerst moet groeien in zo’n rol. Ineens zit je aan tafel met ministers, bestuurders en andere gesprekspartners die ertoe doen. Dan moet je laten zien dat je iets toe te voegen hebt.”
“Ik heb geleerd dat je soms heel veel kopjes koffie moet drinken voordat iedereen dezelfde stip op de horizon ziet. Voor mij is de finish vaak al helder, maar je moet eerst de rest meekrijgen. Verbinden betekent ook luisteren en begrip hebben voor andere standpunten. Inmiddels weet ik dat echte verandering tijd kost. Tegelijkertijd mag verbinden nooit betekenen dat je eindeloos om elkaar heen blijft draaien. Op een gegeven moment moet je ook keuzes maken en gaan bewegen. En dat is gelukkig goed gelukt.”
Als je de afgelopen vier jaar in drie woorden moet samenvatten, welke kies je dan?
Impact
“Voor mij betekent impact dat je uiteindelijk verschil maakt. Ik geloof dat ondernemers een belangrijke rol spelen in de wereld van morgen. We creëren banen, investeren en dragen verantwoordelijkheid voor de samenleving. Ooit stelde een heel wijs man mij de vraag: ‘Wat voor mens wil je zijn?’ Dat is me altijd bijgebleven. Goed ondernemerschap en goed werkgeverschap horen bij elkaar. Uiteindelijk gaat het om de vraag welke bijdrage je zelf wilt leveren.”
Trots
“We zijn als Limburgers helaas veel te bescheiden. We mogen als Limburg veel meer laten zien wat we in huis hebben; er gebeurt hier heel veel. We hebben een sterke maakindustrie, chemie, agrofood, medtech en hightech. We liggen midden in Europa en hebben kennis en vakmanschap waar andere regio’s jaloers op kunnen zijn. Daar mogen we best wat vaker trots op zijn.”
Versnellen
“De wereld om ons heen verandert razendsnel. De uitdagingen worden steeds groter. Denk aan AI, de arbeidsmarkt, netcongestie en vergunningen. Als we nu niet in beweging komen, lopen we straks achter de feiten aan. Ik geloof heilig in grote ambities. Alleen dan zet je ook echt stappen.”

Waar zijn de LWV én jijzelf het meest in gegroeid?
“De LWV heeft meer kleur op de wangen gekregen. We hebben duidelijker positie gekozen, werken veel meer vanuit projecten en zijn echt een vereniging van, voor en door leden geworden. Dat maakt ons relevanter dan ooit.”
Een recente mijlpaal is de stap naar een brede triple helix-samenwerking (ondernemers, overheid en onderwijs), waarin Limburg steeds meer als één regio optrekt. “Dat zie ik als een doorbraak. Als provincie hebben we ontzettend veel te bieden, maar dan moeten we het wel samen doen.”
“Persoonlijk heb ik vooral geleerd om vertrouwen te hebben. Je komt ineens in overleggen terecht met mensen die je voorheen alleen van televisie kende, echt grote namen. Op een gegeven moment besef je: zij doen dit waarschijnlijk ook voor het eerst. Dat gaf mij het lef om mijn eigen rol te pakken en mijn mannetje te staan.”
Je ziet de problematiek van dichtbij. Waar maak je je het meeste zorgen over?
“Dat we als provincie vastlopen op de randvoorwaarden om te kunnen ondernemen. Denk aan netcongestie, vergunningen en de krappe arbeidsmarkt. Ondernemers kijken uiteindelijk heel praktisch: waar kan ik investeren en groeien? Als wij dat niet goed organiseren, kiezen bedrijven voor een andere plek.”
Tegelijkertijd ben ik optimistisch, omdat Limburg economisch veel completer is dan we soms zelf beseffen. We hebben wereldspelers in de industrie, sterke familiebedrijven, innovatieve startups en scale-ups, kennisinstellingen en campussen waar aan technologieën voor de toekomst wordt gewerkt. Van nieuwe materialen, chemie en medtech tot hightech machines en agrofood. Het bijzondere is dat we hier niet alleen kennis ontwikkelen. We kunnen het ook maken en toepassen. Ik noem ons ook niet voor niets vaak de ‘apply-tech provincie’.
Je zegt vaak: ‘We moeten groter denken.’ Waar komt die overtuiging vandaan?
“Ik geloof in grote doelen stellen. Aim high, miss low. Als je groot durft te denken, zet je vanzelf stappen in die richting. Iedere stap vooruit is dan winst. Die ambitie gun ik Limburg ook. We mogen groter denken én trotser zijn op wat we hier samen bereiken.”
Je hebt gezegd dat Limburg met één krachtige stem moet spreken. Waarom is dat zo belangrijk?
“Omdat we samen veel sterker staan dan afzonderlijk. Den Haag en Brussel kijken naar schaal, economische betekenis en uitvoeringskracht. Dan moeten wij niet met vijf verschillende verhalen aankomen, maar weten wat Limburg nodig heeft en waar we samen voor staan. De eerste stap is gezet. Nu is het zaak dat ondernemers, overheid en onderwijs samen verder bouwen aan deze Limburgse agenda. Alleen als we als provincie met één krachtige stem spreken, kunnen we de uitdagingen van deze tijd aanpakken en de kansen verzilveren die Limburg te bieden heeft.”


