Zuid-Nederland strijdt voor de toekomst van de maakindustrie

Zuid-Nederland is een van de sterkste maak- en innovatieregio’s van Europa. Hier worden producten ontwikkeld, banen gecreëerd en oplossingen gebouwd voor de grote vraagstukken van deze tijd. Van energie en verduurzaming tot defensie, hightech en gezondheid. Toch groeit achter die kracht ook de druk. Bedrijven lopen steeds vaker vast op ruimte, energie, vergunningen, regelgeving en personeel.

Tekst: Yara Purnot

Met de campagne Vooruitgang moet je maken willen LWV en VNO-NCW Brabant-Zeeland samen met bedrijven uit Zuid-Nederland een signaal afgeven: sterke regio’s ontstaan niet vanzelf. Ze moeten ruimte krijgen om te blijven ondernemen, investeren en vernieuwen.

“Het vestigingsklimaat is er niet beter op geworden,” vertelt Addy Lutgenau, directeur van de Limburgse Werkgevers Vereniging (LWV). “We zien dat bedrijven investeringen uitstellen, productie verplaatsen of soms zelfs vertrekken. Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag, maar langzaam kalft de kracht van onze industrie af.”

De industrie waarderen

Volgens Addy wordt de waarde van maakbedrijven nog te vaak onderschat. “In de industrie worden ontzettend mooie producten gemaakt. Maar de waardering daarvoor is niet altijd vanzelfsprekend.”

Hij noemt Chemelot als voorbeeld. “Je kunt daar langsrijden en alleen rokende schoorstenen zien of denken: wat gebeurt daar allemaal? Want er worden ultramoderne materialen en innovaties ontwikkeld die we allemaal dagelijks gebruiken. We hebben die industrie gewoon nodig.”

Dat is precies de boodschap die de campagne wil uitdragen. Niet vanuit klagen, maar vanuit trots. Zuid-Nederland maakt vooruitgang tastbaar. In fabrieken, cleanrooms, labs en op werkvloeren. Door mensen die niet alleen praten over de toekomst, maar eraan bouwen.

Een motor van innovatie

In de campagne wordt Zuid-Nederland omschreven als motor van innovatie. En die motor draait nog altijd krachtig. Denk aan Brainport, ASML, en de vele minder bekende familiebedrijven en maakbedrijven die wereldwijd actief zijn in hun niche.

“Juist die bedrijven zijn enorm belangrijk,” zegt Addy. “Ze zijn misschien niet altijd zichtbaar, maar ze zijn vaak wereldspeler op hun eigen terrein. Er werken mensen, er worden gezinnen onderhouden en er wordt gebouwd aan toekomstige generaties.”

Tegelijkertijd begint het onder de motorkap te haperen. Netcongestie maakt investeren moeilijk. Energieprijzen liggen hoger dan in omliggende landen. Stikstofregels, vergunningstrajecten, ruimtegebrek en een krappe arbeidsmarkt zorgen voor extra druk.

“Als je wilt uitbreiden of elektrificeren, heb je vaak meer energie nodig. Maar een zwaardere aansluiting krijgen is op dit moment lastig. Daarbovenop komen stikstof, vergunningen, infrastructuur en personeel. Alles grijpt in elkaar.”

Voor Limburg speelt daarnaast de grensligging mee. Bedrijven kijken automatisch over de grens. “Als een bedrijf in Venlo aan de andere kant wél sneller een aansluiting krijgt, dan wordt die keuze ineens heel concreet. Dat gebeurt misschien niet elke dag, maar wat eenmaal weg is, komt niet zomaar terug.”

Bedrijven zelf aan het stuur

De campagne wordt bewust gedragen door bedrijven zelf. Vanuit Limburg doen onder andere Canon en Smurfit Westrock mee als koploper.

“Je kunt natuurlijk naar de overheid stappen en vragen of die meedoet. Maar wij vinden het belangrijk dat ondernemers zelf opstaan,” zegt Addy. “Zij ervaren dagelijks waar het wringt. Dan is het ook krachtig als zij samen richting geven aan de boodschap.”

LWV en VNO-NCW Brabant-Zeeland zijn mede-initiatiefnemers en verbinders. Maar de campagne is vooral een beweging vanuit bedrijven zelf. De tandwielen symboliseren dat mooi: ieder bedrijf is een radar in een groter geheel. We hebben elkaar nodig.

Trots op wat hier wordt gemaakt

De campagne loopt de komende drie jaar en moet uitgroeien tot een brede beweging. “Er gaat veel aandacht naar de Randstad en natuurlijk ook naar Brainport. Maar Zuid-Nederland is veel breder dan dat. Ook Limburg heeft prachtige maakbedrijven en familiebedrijven waar we trots op zijn.”

“Misschien zijn we in het zuiden soms te bescheiden,” stelt Addy. “Toch mogen we echt laten zien wat hier wordt gemaakt, welke banen dat oplevert en hoe groot de bijdrage is aan vernieuwing en verduurzaming.”

Sluit ook aan bij de campagne

Grote en kleinere maakbedrijven kunnen op verschillende manieren deelnemen. Ook wordt gewerkt aan een mogelijkheid voor supporters die de boodschap willen steunen. Wacht niet af, maar sluit aan, is de oproep. Niet alleen voor meer zichtbaarheid, maar om samen het verhaal van Zuid-Nederland sterker te maken.

“Als we willen dat Zuid-Nederland aantrekkelijk blijft voor maakbedrijven, dan moeten we dat samen laten zien. Vooruitgang ontstaat niet vanzelf. Die moet je maken!”

Meer informatie of aansluiten bij de campagne? Kijk op zuidnederlandmaakthet.nl