Het pleidooi in 2018 om de dividendbelasting af te schaffen heeft het totale bedrijfsleven veel imagoschade opgeleverd, terwijl maar een handvol beursgenoteerde ondernemingen – veelal met buitenlandse aandeelhouders – er voordeel bij hadden. Verschenen er berichten over in de pers, dan ging het consequent over ‘het bedrijfsleven’, een term die mijns inziens een containerbegrip geworden is.

Ook de hoogte van het inkomen van menig topbestuurder van veel beursgenoteerde bedrijven doet menigeen de wenkbrauwen fronsen en dat is bij mij niet anders, kan ik u zeggen. De best betaalde bestuurder van Nederland blijkt goed te zijn voor een inkomen van 14,8 miljoen euro! Dat is meer dan 300 keer het gemiddeld loon dat een werknemer in Nederland verdient. Het komt omgerekend neer op zo’n 4000 euro verdienste voor geleverde arbeid per gewerkt uur. Dat daarbij grote vraagtekens worden geplaatst en dat vakbonden daarvan des duivels worden, kan ik goed begrijpen. Het is de raad van commissarissen die op zijn beurt een voorstel doet aan de aandeelhoudersvergadering als het gaat om de hoogte van de beloning van zijn topbestuurders. Het zijn dus de aandeelhouders die bepalen of de toch al zeer riante salarissen van topbestuurders worden verhoogd in deze tijd van crisis.

Als voorzitter van de Limburgse Werkgevers Vereniging kan ik zeggen dat bij 99,9 procent van de bedrijven in Limburg – maar ook bij de vele familiebedrijven elders in Nederland – het er echt anders – en dus veel behoudender – aan toegaat. Topmensen moeten top worden beloond, maar wel in de juiste verhoudingen. In deze coronatijd is het voor veel ondernemers die gebruik moeten maken van het noodpakket van de overheid, geen enkel punt van discussie dat er geen bonussen aan topmensen worden uitgekeerd. Net zo min als dat er dividend aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd.

Overleven, het bedrijf overeind houden en daarmee de werkgelegenheid van de vele werknemers veiligstellen, vraagt om een secuur en behoudend financieel beleid. Dat zit gelukkig in de genen van veel Limburgse bedrijven, die van nature meer Rijnlands (stakeholders georiënteerd) denken dan Angelsaksisch (gericht op aandeelhouderswaarde). Het is voor deze ondernemers echter bijzonder pijnlijk dat er op radio, de tv en vanuit de schrijvende pers steeds wordt gesproken over ‘het bedrijfsleven’ als het gaat om bovengenoemde excessen.

Koningin Máxima heeft ons geleerd dat ‘dé Nederlander’ niet bestaat. Ik sluit me daar graag bij aan, ook voor wat ‘het bedrijfsleven’ betreft. Bedrijven heb je in alle soorten en maten.

 

Giel Braun
Voorzitter Limburgse Werkgevers Vereniging